We hebben niet stilgezeten

Het spreekt voor zich dat werken aan collecties tijdens de corona-gerelateerde lockdowns verre van eenvoudig was, maar toch zijn we niet bij de pakken gaan neerzitten en hebben we via de digitale weg kunnen laten zien wat ons bezig houdt en waar we sterk in zijn. Hieronder twee zaken die recent zijn verschenen en niet misstaan onder het kopje ‘Maastricht promotion’.

Fossiele vissen

In ‘De Limburger’ van 25 juni jl. besteedde Vikkie Bartholomeus er al aandacht aan: vissen! En niet zo maar vissen: fossiele soorten waarvan enkel en alleen de gehoorsteentjes, of otolieten, zijn teruggevonden in de Krijtkalkstenen van Maastricht en omgeving.

Elke beenvis (Teleostei) heeft zes van dit soort steentjes (vergelijkbaar met ons hamer en aambeeld); drie aan elke kant van de kop. Het grootste steentje heet sagitta en is ook fossiel te vinden. Op basis daarvan kan een specialist zien tot welke familie, geslacht of soort de vis behoorde.

Fossielen van vissen zijn er in de Maastrichtse kalkstenen te kust en te keur, maar vaak zijn dat niet meer dan losse wervels, tanden, schubben en onderdelen van de schedel. Min of meer complete visskeletten zijn heel erg zeldzaam. Al met al geven deze een redelijk beeld van de vissenfauna’s in de ondiepe, subtropische zee die deze omgeving tussen 68 en 66 miljoen jaar geleden overspoelde. Maar dat is beeld is verre van compleet. Dat blijkt nu aan de hand van de gehoorsteentjes. Daarmee is het vissenbestand verdubbeld!

Samen met specialist Werner Schwarzhans (Hamburg), die gastonderzoeker is aan het Natuurhistorisch Museum in Kopenhagen, heeft John Jagt, conservator paleontologie aan het NHMM, nu deze gehoorsteentjes beschreven. Ze zijn het resultaat van noeste verzameltrips door amateur-paleontoloog Paul van Knippenberg uit het Noord-Limburgse Kessel, naar wie één van de nieuwe soorten is vernoemd: Archaemacruroides vanknippenbergi. Dit was een kabeljauwachtige. Samen met gehoorsteentjes van baarsachtigen geven de verkiezelde otolieten van de andere vissengroepen een goed beeld van wat er hier leefde voordat de Chicxulub meteoriet in Mexico het einde inluidde van het Maastrichtien.

Het artikel kan door iedereen worden gedownload en uitgeprint, via de onderstaande link:
Schwarzhans, W. & Jagt, J.W.M., 2021. Silicified otoliths from the Maastrichtian type area (Netherlands, Belgium) document early gadiform and perciform fishes during the Late Cretaceous, prior to the K/Pg boundary extinction event. Cretaceous Research, https://doi.org/10.1016/j.cretres.2021.104921

Eén van de nieuw beschreven soorten, een baarsachtige, uit de omgeving van Maastricht (foto’s: Dr. Werner W. Schwarzhans). Foto’s B, E en F tonen de binnenzijde van de otoliet; D is een bovenaanzicht
Aan de hand van verkiezelde otolieten zijn deze beenvisgroepen, naast de baarsachtigen, in het Krijt van Maastricht en omgeving nu vastgesteld (Wikipedia, publiek domein)

Zeesterren

Op de bodem van de ondiepe en warme Krijtzee die grote delen van Europa overspoelde tussen 80- en 66 miljoen jaar geleden, wemelde het van het leven. Zeesterren maakten onderdeel uit van die leefgemeenschappen; sommige soorten waren zelfs geduchte rovers.

Het meest vervelende aspect van zeesterren is dat ze na hun dood heel erg vlot in duizenden losse kalkplaatjes uit elkaar vallen en verspreid raken. Dan is enige biologische kennis gevraagd om de zaak weer bij elkaar te puzzelen. Dat is nu gedaan voor een paar kleinere soorten uit de familie Benthopectinidae*, die tegenwoordig in de diepzee voorkomt. Door te vergelijken met nu levende soorten en fossiel materiaal van elders in Europa, is het mogelijk gebleken een paar nieuwe soorten uit het Luiks-Limburgse Krijt te beschrijven.

De eerste is Jurapecten dhondtae, die voorkomt in de Maastrichtse mergels. De tweede soort is een heel vreemd uitgedoste; een link met de kapsels van punkers in de jaren 80 van de vorige eeuw was gauw gemaakt. Vandaar de naam: Punkaster spinifera. Dit soort was heel succesvol want is over heel Europa verspreid gevonden in kalkstenen uit het Krijt; ze heeft heel lang op een naam moeten wachten.

Het wetenschappelijke artikel* is 23 juni 2021 verschenen en kan door iedereen worden gedownload via de onderstaande link:

Gale, A.S. & J.W.M. Jagt, 2021. The fossil record of the family Benthopectinidae (Echinodermata, Asteroidea), a reappraisal. European Journal of Taxonomy, 755: 149-190. https://doi.org/10.5852/ejt.2021.755.1405

Een recente soort, Benthopecten simplex chardyi (bron: RECOLNAT (ANR-11-INBS-0004), Marie Hennion, 2017) – stevige stekels op alle randplaten
Losse randplaten van de fossiele soort Jurapecten dhondtae (foto’s: A.S. Gale); de maatstreepjes zijn 1 mm
Losse randplaten, mer aanhechtingsplaatsen voor forse stekels, van de soort Punkaster spinifera uit het Maastrichtien van Kulsti Rende (Stevns Klint, Denemarken) (foto’s: A.S. Gale); de maatstreepjes zijn 1 mm. Deze soort komt in Luik-Limburg voor.

John W.M. Jagt, conservator paleontologie NHMM