Tussen
de exposities over geologie en biologie staat het "Dynamicum",
een afdeling waarin de invloed van mens en klimaat op landschap,
flora en fauna aan de orde komen.
Landschap, flora en fauna zijn in miljoenen jaren steeds weer veranderd.
Maar wel heel langzaam. De laatste tweeduizend jaar gaat het echter
steeds sneller...
Klik op de tijdlijn om de verandering te zien:
de jagers en verzamelaars | de
landbouwers | de romeinen | de
middeleeuwen | de 17e en 18e eeuw | de
19e eeuw | de jaren '50 | de
jaren '90
De jagers en verzamelaars
De eerste mensen in Zuid-Limburg volgden het voedsel: ze 'kampeerden'
als jagers tijdelijk op plaatsen waar ook voldoende vruchten en
noten verzameld konden worden. De oudste sporen van mensen in
Zuid-Limburg zijn zo'n 250.000 jaar oud. Het zijn daardoor ook
de oudste aanwijzingen van menselijke bewoning in Nederland! Deze
sporen werden gevonden in een grind- en lössgroeve bij Maastricht,
de Belvédère. Rondtrekkende jagers lieten daar houtskool, vuurstenen
werktuigen en stukjes oker achter. Aan de hand van fossielen weten
we welke planten en dieren er in deze tijd voorkwamen. Zo kan
het landschap waarin de Belvédère-mensen leefden worden gereconstrueerd.
En zo weten we ook wat er op hun menu stond.
begin | verder
De landbouwers
De invloed van mensen op het landschap werd groter. Stukjes bos
werden gekapt om akkers aan te leggen. De eerste boerderijen werden
gebouwd. Steeds meer mensen bleven steeds langer op dezelfde plaats!
Nadat het winnen en bewerken van brons en ijzer was 'uitgevonden'
kon met nieuwe en grotere werktuigen steeds meer land bewerkt worden.
Groepjes boerderijen vormden de eerste dorpen.
begin | terug | verder
De romeinen
De Romeinen legden de eerste verharde wegen aan en bouwden vestingwerken.
Deze groeiden uit tot de eerste steden: centra voor handel en industrie.
Vanaf dit moment ontstaan steeds meer bouwwerken op de tekentafel.
De basis voor het huidige Maastricht werd gelegd door de Romeinen.
Er werd een kleine vesting gebouwd om de enige brug over de Maas
te bescher- men. Uit de resultaten van archeologische opgravingen
kon een reconstructie van de vesting en het omringende landschap
worden afgeleid.
begin | terug | verder
De middeleeuwen
Konijnen kwamen tot 300 jaar voor het begin van onze jaartelling
alleen in Spanje en Portugal voor. Middeleeuwse monniken fokten
ze op grote schaal omdat ongeboren en heel jonge dieren niet gerekend
werden tot het tijdens de vastendagen verboden vlees.
begin | terug | verder
De 17e en 18e eeuw
Op uitgestrekte landgoederen werden vaak exotische vogels gehouden.
Natuurlijk ontsnapten er wel eens een paar. En soms konden deze
vluchtelingen in het wild voor nakomelingen zorgen. Na het eerste
broedgeval van de Nijlgans in Limburg in 1986 broeden er nu al zo'n
50 paren in het wild.
begin | terug | verder
De 19e eeuw
Vogels, Konijnen en vissen staan op het menu van de Rode wouw die
tot 1850 nog regelmatig in de omgeving van Maastricht broedde. Maar
afval en aas staan bovenaan zijn wensenlijstje. Het einde van de
leerlooierijen in Maastricht betekende het einde van de Rode wouw
als broedvogel in onze omgeving.
begin | terug | verder
De jaren '50
Veel zaden van planten hebben kleine weerhaakjes waarmee zij aan
de vacht van dieren kleven. Voor sommige soorten had dit grote gevolgen.
Zo is Bezemkruiskruid via schapenvachten uit Zuid-Afrika in de Belgische
wolwasserijen terecht gekomen. Van daar uit via de Maas naar Nederland
was nog maar een kleine stap. De eerste vondst langs de Maas in
Nederland (bij Eijsden) dateert uit 1942. Nu komt Bezemkruis- kruid
voor in heel Nederland.
begin | terug | verder
De jaren '90
Tot zo'n 25 jaar geleden kwam Lepelblad alleen voor langs de kust.
Daarna begon een spectaculaire uitbreiding landinwaarts langs de
autosnelwegen. De verklaring is eenvoudig: het strooizout trekt
in een strook naast de rijweg in de grond. En daar kan deze kustplant
uitstekend gedijen. Het verspreidings- kaartje van Lepelblad lijkt
dan ook wel erg veel op de kaart met snelwegen!
begin | terug |