|
Poelen
![[foto van een poel]](afb/cd3064.jpg) |
Poelen
vormden tot in de vijftiger jaren onmisbare elementen in het Zuidlimburgse
landschap. Ze waren nodig om het vee (runderen en Mergellandschapen)
te drenken.
Deze poelen werden gegraven en naderhand waterdicht gemaakt door
er een dag lang paarden overheen te drijven waardoor de klei vast
gestampt werd tot een waterdichte bodem. |
Vaak werden
aan de zuidzijde Wilgen, Meidoorns, Elzen of Knot-essen aangeplant om
voor schaduw en koelte voor het vee te zorgen en om te voorkomen dat het
water in de hitte van de zomer te snel zou verdampen.
| Natuurlijk
profiteerden ook allerlei andere dieren van deze poelen: allerlei
soorten padden, kikkers en salamanders zijn voor hun voortplanting
afhankelijk van poelen. De bekendste daarvan zijn de Vroedmeesterpad
(Alytes obstetricans) en de Geelbuikvuurpad (Bombina variegata).
Maar ook de Bruine - en de Groene kikker, de Gewone - en de Rugstreeppad
maken van de poelen gebruik, evenals de Vinpootsalamander, de Alpenwatersalamander,
de Kamsalamander en de Kleine watersalamander. |
![[vroedmeesterpad]](afb/vpad.jpg) |
Vanaf de
vijftiger jaren zijn de meeste poelen vervangen door betonnen drinkbakken
die van een waterleiding konden worden voorzien: een ramp voor de kikkers,
padden, salamanders en insecten die van het water in poelen afhankelijk
zijn.
Sinds 1980 is weer een groot aantal poelen aangelegd. De Herpetologische
Studiegroep van het Natuurhistorisch Genootschap is
de grote motor achter het herstel van de poelen.
home | terug | terug
naar de rondleiding
|