Biografische schets van Rector Cremers

Jos Cremers werd in 1873 geboren te Hoensbroek. Na zijn studie aan het Jezuïetencollege in Sittard doorliep hij het Seminarie in Rolduc en na zijn priesterwijding in 1899 werd hij benoemd tot biologieleraar aan datzelfde seminarie. Tot 1909 bleef Cremers als docent plant- en dierkunde verbonden aan Rolduc; in deze periode begon hij met het aanleggen van een collectie vlinders.
Van 1909 tot 1913 was hij kapelaan van de parochie Breust-Eysden, waar hij naast de zielzorg veel tijd stak in het verzamelen van zeldzame planten en dieren, waarover hij af en toe ook in de "Limburger Koerier" publiceerde. Deze artikelen brachten hem in contact met de hoofdredacteur van de Limburger Koerier: Jac van Term. Samen namen zij het initiatief voor de oprichting van een Limburgse natuurhistorische bond.
Van 1913 tot 1917 was Jos Cremers Rector te Raath - Bingelrade.

Op 27 november 1910 stichtte hij samen met Van Term en dr. A. de Wever uit Nuth het Natuurhistorisch Genootschap, dat bij aanvang nog maar 18 leden telde. Twee jaar later legde Rector Cremers de grondslag voor het Natuurhistorisch Maandblad; het aantal leden was toen al opgelopen tot 206! Voor de wetenschappelijke bijdragen verscheen er vanaf 1912 bovendien een Jaarboek van het Genootschap, waardoor er ook elders in het land belangstelling werd gewekt voor de zo van de rest van het land afwijkende Limburgse flora en fauna.

In datzelfde jaar werd het Natuurhistorisch Museum opgericht in het klooster van de Grauwzusters aan het Bosquetplein, dat toen nog de Heksenhoek heette. Onder het bewind van Rector Cremers zijn belangrijke collecties door het Museum verworven. Dr. A. de Wever schonk zijn herbarium met ruim 20.000 planten, die een relatie met de Limburgse bodem hebben.
De insectencollectie van rector Cremers groeide uit tot een nationaal vermaarde verzameling, dankzij de schenkingen van de kevercolectie van Rüschkamp, de vlindercollecties van Franssen, majoor Rijk en Mr. Kortebos, de vliegencollectie van Klene en de mierencollectie van Wasmann. Daarnaast werd het museum in de beginperiode verrijkt met de vogelcollecties van Nillesen en H. De Wever en de herbaria van De Bosquet en Dumoulin. In 1920 verwierf het museum de collectie beroemde Bryozoëncollectie van Pergens.

Ook heeft Rector Cremers de basis gelegd voor de collectie geologie en paleontologie, die in de beginperiode voornamelijk met vondsten uit de ENCI-groeve werd opgebouwd.

Rector Cremers werd in 1917 door de Gemeente Maastricht aangesteld als conservator van het museum. Na zijn pensionering in1939 vestigde rector Cremers zich in Neercanne. Hij overleed op 28 december 1951 in het Elisabeth Ziekenhuis aan de Abtstraat te Maastricht en werd begraven op de laatste dag van 1951.

venster sluiten  | nieuwsarchief | terug