Nieuws 30 december 2005
Zoogdier uit dinosaurustijdperk gevonden in Maastricht
Een minuscuul, 66 miljoen jaar oud rechterbovenkiesje is de nieuwste verrassing uit het Krijt van de Maastrichtse kalksteengroeve. Het is de eerste keer dat er in gesteentelagen uit het dinosaurustijdperk in Europa resten van een buideldier gevonden zijn. Het gaat hier om een kiesje van een opossum-achtig zoogdier.
Tot dusver dachten paleontologen dat deze buideldiertjes pas in het Eoceen, ruim tien miljoen jaar ná de vorming van de Maastrichtse kalksteen, de oversteek vanuit Amerika maakten. Het nieuwe fossiel suggereert dat ook aan het eind van het Krijt een tijdelijke, transatlantische landbrug bestond. De vondst gooit daarmee een deel van onze kennis over het laatste stukje van het dinosaurustijdperk grondig overhoop.
Het tandje is ontdekt door twee amateur-fossielenverzamelaars, Roland Meuris en Frans Smet. De ontdekking van het nieuwe dier is deze maand bekendgemaakt in het vaktijdschrift Journal of Mammalian Evolution. In de beschrijving krijgt de nieuwe soort een eigen wetenschappelijke naam, Maastrichtidelphys meurismeti, het “Maastrichtse ‘buideldier’ van Meuris en Smet”.
Het minuscule tandje, minder dan twee millimeter groot, is (achter een vergrootglas), samen met een model van Maastrichtidelphys te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.
Over de vondst
Amateur-fossielenverzamelaar Roland Meuris nam in 2002 in de ENCI-groeve bij Maastricht een gruismonster, om dat op kleine tandjes te doorzoeken. Verzamelaar Frans Smet ontdekte vervolgens een zoogdiertand in dat gruismonster – de allereerste zoogdiertand uit het Maastrichtse Krijt – waarop hij contact zocht met het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Het onderzoek
Pas onder de elektronenmicroscoop geeft het 1,36 bij 1,85 mm kleine tandje zijn geheimen prijs, want het zijn juist de details die tellen, bij het beschrijven en op naam brengen van zoogdiertandjes. De plaatsing van de verschillende ‘cusps’, de uitsteeksels op het kauwvlak, de hoogte ervan, de onderlinge hoogteverschillen en de vorm en ligging van de ‘vlakte’ tussen de ‘cusps’ zijn stuk voor stuk karakteristieke eigenschappen, waarmee zelfs op basis van één tand een soort op naam gebracht kan worden.
Eerste zoogdier uit Maastrichtse Krijt
Nog niet eerder werden zoogdierfossielen aangetroffen in het Maastrichtse Krijt. Dat mag misschien geen verbazing wekken, want het Krijt valt in veel populair-wetenschappelijke boekjes onder het ‘dinosaurustijdperk’, het Mesozoïcum. Dat is weliswaar juist, maar de naam ‘dinosaurustijdperk’ is toch een beetje misleidend: ook in het dinosaurustijdperk scharrelden er al zoogdieren rond, al speelden ze toen nog niet zo’n opvallende en tot de verbeelding sprekende rol als de vaak reusachtige dinosauriërs.
Landdieren
Ten tijde van het Krijt waren alle zoogdieren nog landdieren; voor walvissen was pas ná het uitsterven van de mosasauriërs plaats in zee, en ook vleermuizen bestonden nog niet. Alle landdierresten in de gesteenten van de Maastrichtse Krijtzee zijn dus in principe afkomstig van kadavers die via de rivieren de zee inspoelden.
Ouderdom
De ouderdom van de nieuwe vondst ligt rond de 66,1 miljoen jaar.
Zoogdieren in het dinosaurustijdperk
Gedurende het Krijt werden zoogdieren niet groter dan een handzaam huisdierformaat; de meeste soorten bleven zelfs een heel stuk kleiner. Kleine zoogdieren hebben minuscule botjes, teer en breekbaar. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden heeft een zoogdierskeletje een kans te fossiliseren. Een belangrijk deel van onze kennis van primitieve zoogdieren hebben we, noodgedwongen, te danken aan de studie van de tandjes. Tandjes zijn klein, maar wel enorm sterk dankzij het keiharde glazuurlaagje, en daarmee zijn het vaak de enige resten die we van de Krijtzoogdieren terugvinden. Zo ook in Maastricht.
Nieuwe soort, officiële publicatie
In het decembernummer van het vaktijdschrift Journal of Mammalian Evolution krijgt de nieuwe vondst een naam: Maastrichtidelphys meurismeti, het “Maastrichtse opossum-achtig zoogdier van Meuris en Smet”. Bij de beschrijving van het fossiel heeft het Natuurhistorisch Museum Maastricht samengewerkt met twee Amerikaanse experts op het gebied van Mesozoïsche zoogdieren, Prof. Dr. Judd Case van St Mary’s College, in Moraga, California, en Dr. James Martin van de South Dakota School of Mines and Technology, in Rapid City. Tijdens hun bezoek in 2003 aan Maastricht, vlak na de vondst van het tandje, herkenden zij het tandje als dat van een ‘herpetotheriide’ – een onverwachte verschijning in het Maastrichtse Krijt.
De herpetotheriidae is een groep opossum-achtige buideldieren, die naar alle waarschijnlijkheid in de loop van het Krijt in Noord-Amerika ontstonden. Een uitgebreide vergelijking van de vorm, ligging en hoogte van de ‘cusps’, en vele andere karakteristieken van het Maastrichtidelphys-kiesje met andere Laat-Krijt en Vroeg-Paleoceen-zoogdieren, suggereert dat Maastrichtidelphys het meest nauw verwant is aan het Noord-Amerikaanse buideldier Nortedelphys.
venster
sluiten | nieuwsarchief | terug
|