De patroonheiligen van de leerbewerkers
De beide beelden aan weerszijden van het drieluik stellen de gemeenschappelijke
patroonheiligen voor van de leertouwers en de schoenmakers: Crispinus en
Crispinianus.
De patroonheilige van de witmakers was St.-Bartholomeus, die van de looiers St.-Jan.
![]() |
Op de gildepenning die de ambachtslieden bij vergaderingen moesten tonen, kon de patroonheilige afgebeeld staan. Aan de voorzijde van de penning van witmaker Hendricus Delanck (1750) staat de beeltenis van St.-Bartholomeus. |
![]() |
Op de achterzijde van een schilderij
van Pieter Pourbus uit de 16e eeuw worden Crispinus en Crispinianus als leerbewerkers
afgebeeld. Met behulp van een schraapijzer of schaafmes wordt op een houten looibok een leren vel geschraapt. Op de achtergrond hangen drie vellen op houten rekken te drogen. De twee heiligen waren broers en stamden uit een vooraanstaande Romeinse familie. Ten tijde van keizer Diocletianus (die regeerde van 285 tot 305) werden zij gedwongen vanwege hun christelijke geloofsovertuiging te vluchten. Beide broers kwamen in het Franse Soissons terecht, waar ze zich het vak van schoenmaker eigen maakten. Als zodanig werkten zij gratis voor de armen. Aangezien de broers zich voor het geloof bleven inzetten en het christendom niet wilden afzweren, werden ze gefolterd. Na vergeefse pogingen beide broers gebonden aan molenstenen te verdrinken in de rivier de Aisne werden ze tenslotte onthoofd. |
| Het linker beeld in de expositie is
afkomstig uit de St.-Petruskerk in Maastricht, het andere uit de St.-Martinuskerk in
Gronsveld. Hoewel beide tentoongestelde beelden met hun later toegevoegde mijters en
kromstaven thans bisschopsfiguren verbeelden, moeten zij oorspronkelijk de twee broers
hebben voorgesteld. Dit kan afgeleid worden uit de resten van een opschrift "CRISP...VS" op het gewaad van het linkerbeeld, die een identificatie met St.-Crispinus of St.-Crispinianus waarschijnlijk maakt. Mogelijk hield de heilige in zijn rechterhand een molensteen of een halfhoge schoen en in zijn linkerhand een schoenmakerswerktuig. Op grond van de signatuur "IAN" en het meesterteken aan de voorzijde van het voetstuk kan het beeld worden toegeschreven aan de beeldsnijder Jan van Steffeswert, die in het eerste kwart van de 16e eeuw in Maastricht werkzaam was. Ook het aan de rechterzijde van het diorama opgestelde beeld, dat geen signatuur bezit, wordt op stilistische gronden aan dezelfde beeldsnijder toegeschreven en kan vanwege de afmetingen en uitmonstering als de tegenhanger van het vorige beeld worden beschouwd. Er wordt verondersteld dat beide beelden zich oorspronkelijk bevonden hebben op het altaar van het schoenmakersgilde in de kloosterkerk van de Augustijnen te Maastricht. Wellicht in de 17de of de 18de eeuw heeft men de identiteit van de twee broers veranderd in bisschoppen. Beide beelden zijn aan het einde van de 18e eeuw na opheffing van de kloosterorde van elkaar gescheiden. Ter gelegenheid van de expositie "Voeten in de aarde" zijn St.-Crispinus en St-Crispinianus na twee eeuwen scheiding tijdelijk herenigd. |
![]() |