Hubertus, schutspatroon van de hertenjacht

Afgaande op een levensbeschrijving ("vita") van Hubertus uit het midden van de 8ste eeuw weten we, dat hij Lambertus is opgevolgd als bisschop. De relieken van Lambertus zijn door hem in een ceremoniële stoet overgebracht van Maastricht naar Luik. Daar is het stoffelijk overschot van Lambertus bijgezet in de Sint-Lambertuskathedraal. Het leven van Hubertus wordt gekarakteriseerd door missioneringswerk in het bisdom, dat een groot deel van Oost-België en Zuid-Nederland omvatte. Hij stierf op 30 mei 727. De verheffing van zijn relieken ("relevatio"), d.w.z zijn heiligverklaring, gebeurde op 3 november 743. De datum 3 november is in de liturgie de feestdag van Hubertus geworden. Het wonder met het hert is echter pas in de 15e eeuw aan hem toegeschreven. Dit kan verklaard worden doordat men Hubertus verward heeft met ene Eustachius, wiens feestdag op 2 november valt. Van deze Eustachius wordt namelijk exact hetzelfde wonderverhaal over een hert met een kruis tussen het gewei overgeleverd. Omdat Hubertus intensief in de Ardennen gemissioneerd heeft, is zijn associatie met de (herten)jacht versterkt. De Hubertus-verering heeft in onze streken een grote vlucht genomen. In de bosrijke Ardennen is er zelfs een plaats naar genoemd: Saint-Hubert. In Maastricht is te Bosscherveld een parochie naar Hubertus genoemd. Het Hubertus-beeld met hert, dat is opgenomen in de tentoonstelling, is in tijdelijke bruikleen afgestaan door de Hubertus-parochie van Bosscherveld. De reliekhouder van Hubertus is afkomstig uit de schatkamer van de Sint-Servaaskerk. Het stralende kruis tussen het gewei symboliseert de overwinning van het christendom op het heidens gedachtengoed. In dit verband is het interessant te vermelden, dat in de 8ste eeuw de heidense gewoonte om (hertshoornen) grafgiften mee te geven aan de overledenen, verboden wordt door de kerk. Daarmee valt de belangrijkste afzetmarkt van de hertshoornen voorwerpen (met name de kammen en de amuletten) ineens weg. Dit vormt wellicht één van de redenen voor de plotselinge achteruitgang van een ambachtelijke activiteit, die in Maastricht gedurende de 4 eeuwen voordien zo prominent aanwezig is geweest.