
Het hert en zijn gewei
Herten vertonen links en rechts op de schedel benige
uitgroeisels: het gewei.
Bij de meeste herten, zoals bij het edelhert, het ree of de eland, dragen enkel
de mannetjes een gewei.
De vorm verschilt bovendien van soort tot soort. Het gewei van een ree bestaat
enkel uit aan weerszijden een korte spits. Bij het edelhert ziet men een groot,
vertakt gewei met soms 12 tot 14 spitsen aan elke kant. De eland heeft een nog
groter gewei dat links en rechts bestaat uit een stang en een massieve plaat met
vertakkingen op het eind.
Bijzonder is dat het gewei elk jaar vervangen wordt. Het komt los van de schedel
in het voorjaar (februari - maart) maar groeit opnieuw aan, om in volle glorie
present te zijn wanneer de mannetjesherten in het najaar (september - oktober)
aan de voortplanting denken. Met hun imposante geweien rivaliseren de bokken,
in een nooit aflatende strijd om de hindes te imponeren.
De geweien zijn dus echte statussymbolen, want wie het grootste gewei bezit, maakt
het meeste kans om bij de vrouwtjes aan zijn trekken te komen. Het is bovendien
zo dat de mannetjes in de bloei van hun leven elk jaar een groter gewei krijgen,
waardoor de wijfjes de ervaren bokken makkelijk kunnen onderscheiden van hun jongere,
minder ervaren concurrenten.